Verzonnen
Stel, na jarenlang zware training
word ik de beste profvoetballer
van de landelijke ploeg geacht.
Ik verdien zoveel applaus, geld, macht,
dat het al mijn moeiten verzacht.
Sindsdien bevrijd van de lastigste lasten
zit ik met de vraag welke helpende hand
mij van vier uur na de middag kan genezen.
De kampioen wacht. Verveelt zich stout.
De straat is grijs en koud.
Zonder applaus, geld, macht,
volgt de vraag of tijd is verzonnen.
En ook of hij, als elke voorbijganger in de straat,
tot de ingebeelde ziekte wordt gedwongen
dat elke wereld gemetseld overeind staat.
Stel dat zwijgen meer zegt dan spreken
als het over menselijke tekorten gaat.
Blind zijn voor het kleine dat daar staat,
het naamloos zitten op de dagelijkse pot.
Gezond en wel, maar dood tot op het bot.
stelt de Aanzienlijke zijn vraag wat hij deed:
na die stilte zonder gehoor en waarlijk leed.
De een kokhalst. De ander trekt de schouders op,
verdrinkt in alcohol, meer werk of andere coke,
poogt vergeefs weg te lopen naar niemand:
Iemand die hij, met of zonder aanzien,
in zijn eentje feitelijk altijd is geweest.
Overtuigd aan het bestaan te ontsnappen,
smijt een lijf zich door het vensterraam.
Het zoveelste lijk schreeuwt: Laat begaan!
Niet verzonnen
In het donkerst van slapeloze nachten
vindt het blinde lijf weinig meer dan deze exit:
vergeefs kibbelen met onzichtbare machten,
het wringen van wurgende handen.
Eerst het hoofdkussen eraan laten geloven.
Daarna de onhoudbare jeuk achter beide oren.
Het stampen van voeten naar een muur of laken,
of ze te doen hebben met weerbarstige zaken.
Niets helpt. Zuchtend links, rechts en weer;
alles probeert het kantelend lijf, keer op keer
gedwongen eindelijk de slaap te vatten.
Om op te staan, tastend op zoek naar water.
Sta je daar met een koel glas in de handen.
Krijgt dat lijf een slag om de oren: geen gil!
Wat blijft is een ongehoorzaam, nukkig kind,
dat doet of laat, alles wat het zelve wil.
Tot overgave wordt gehesen: een wit doek.
De werknemer betreedt een chocoladefabriek.
Het gezelschap van zijn vriendelijke robotjes
noopt de gepensioneerde vaak tot lief bezoek.
© Robert Baeken — Antwerpen 08/01/2026
Geen opmerkingen:
Een reactie posten