VLIEGDANSEN
‘t Winterde toen zij naar buiten schreden.
De blauwe vreugdekoepel, bloemengeur
en vogelzang zouden hen begeleiden,
stappend naar het einde, de laatste deur.
ongerept als boomsneeuw in de morgen
reikte haar slanke meisjeshand
tot gewijde overgave, volmaakt akkoord
opdat hij haar paren zou, beminnen,
behoedzaam op zijn borst gedragen
over de trappen der seizoenen klimmen.
De uitverkorene werd een moordenaar.
Woorden hadden haar veren besmeurd,
het heilig moederschap verscheurd.
vloog het mannetje zijn gang
en weerde zij, prooi tussen beestige vliezen,
uit zijn borst het liederlijk gezang.
Maar zonder één keer voor zichzelf te kiezen,
volhardend in haar rotsvast geloof
bleef zij rond hem vliegen: doof.
Deze schone ziel is een prachtige dame.
Samen hebben zij hun vliegdansen hervat,
elke vleugelslag schanddaden uitgewist.
Robert Baeken - 28 januari 2026
Geen opmerkingen:
Een reactie posten