woensdag 11 februari 2026

AANHEF

Vanmorgen heb ik moeders lied
te vondeling gelegd.
Spijts de ouderwetse woorden
klonk de aanhef goed.
 
Op een verlaten pad doorheen de mist
zou de zang niet van mond tot oren gaan
maar in een schijf zon blijven staan,
roerloos en doof afwezig.
 
Ook dat nog: mijn stem stokt.
De vrieslucht in mijn borst
beslaat de damp tot een ijzeren korst.
Ik houd mijn mond en laat gebeuren:
 
de doffe stilte bezijden vette weiden,
met molshopen waar hoog daarboven
een vlucht verspreide vogels glijden
naar de wijds gevlamde dageraad.
 
Eén lijkt cirkelvormig terug te draaien
om mij uitnodigend toe te kraaien.
Het kon de vondeling en helaas
moeders laatste dood niet meer baten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten