skip to main |
skip to sidebar
AANHEF
Vanmorgen
heb ik moeders lied
te
vondeling gelegd.
Spijts
de ouderwetse woorden
klonk
de aanhef goed.
Op
een verlaten pad doorheen de mist
zou
de zang niet van mond tot oren gaan
maar
in een schijf zon blijven staan,
roerloos en doof afwezig.
Ook dat nog: mijn stem stokt.
De
vrieslucht in mijn borst
beslaat
de damp tot een ijzeren korst.
Ik houd mijn mond en laat gebeuren:
de
doffe stilte bezijden vette weiden,
met
molshopen waar hoog daarboven
een
vlucht verspreide vogels glijden
naar
de wijds gevlamde dageraad.
Eén
lijkt cirkelvormig terug te draaien
om
mij uitnodigend toe te kraaien.
Het
kon de vondeling en helaas
moeders laatste dood niet meer baten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten