dinsdag 24 maart 2026

Ernst Löw leest Turnhout, anno 1950


Turnhout, anno 1950

 

Huizengevels zijn als gezichten van mensen.

Zij kunnen zowel armoedig als statig zijn,

getaand of protserig behangen met juwelen zwaar,

uit interbellum, kaal, of met de schijn van dik haar.

 

Een verdwaalde knaap snuift straten op,

herinnert zich voorbije deuren.

Of waren het oren? Neuzen?

Niet vervlogen is de stalgeur uit zijn jeugd.

Waar zijn de jongens en meisjes? De oude muren?

Het hart blijft kind. Bewaart de harde leerschool,

rond de wieg waar hij zijn eerste stapjes liep

tussen de kaartspelende, doodgevallen bewoners.

 

De metselaars blijven jong door fluiten.

Tussen andere levens zonder naam

verzamelt hij wat in hem niet is uitgedoofd:

stukken van een legpuzzel.

 

Zelden zucht hij tegen een mankepoot

op leeftijd dit verhaal: Weet je nog?

De eerwaarde, - braaf bekend, ronde bril, -

hield met stompje potlood onze boeken bij.

 

Gelukkig zijn er nog herkenningspunten:

aanblazende wolken, spitse ochtendgeluiden,

het koppig blinken van Vlaamse keien,

elke wegbeschrijving naar moeder en vader.

 

De gevels leunen tegen elkaar, zoeken troost.

Bepleister hun huilen tot een volgende eeuw.

Hier vergoot een vriendje zijn tranen.
Gezichten, - lach na zo lange onverschilligheid.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten