VISIOEN
De avond zong een droeve zang.
Scherp
keek van hoog de lege maan
door
het raam waar ik stond.
Voeten
geplant op koude grond.
Aan
de einder doofde
een
laatste rode hemelbrand
en
donker, zwaar
de
beukende wolkenrand.
Helse
koppen waarin
ik
mijn plukkende hand stak
om
ze tot één zwarte roos
in
mijn borst te sluiten.
Daar woorden duiden op zijn bestaan,
staken
er doorns door mijn lippen,
zoals
ik in eendere dromen, door pijn
vallende regendruppels kon verstaan.
Een
hond blaft: waf. De buurt schrikt.
Ik vraag mij af.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten