Ernst Löw leest een gedicht van Robert Baeken: "Baalbek 6. Baalbek na duizend jaar"
6. Baalbek na duizend jaar
Slangen kwamen uit de woestijn gekropen,
toen zwervers Baäl onthoofdden en dat gebroed
vluchtte in de holten van zijn leeggestolen ogen.
Bazuinen bevroren in de harde lucht,
sindsdien beitels slaand tussen de voegen
om plaats te ruimen voor een teer groen zaadje
over de beenderen van al die ’s middags verrast
omarmd als eeuwig parend te rusten liggen:
mannen en vrouwen sinds Baäls laatste orgie,
gebogen over het raadselachtig afwezige raderwerk
dat de hoeren dreef, de landbouwers, en de koningen.
Aandacht wekt de schedel van een kind.
Het ene handje zoek, het andere grijpend in de lucht,
als zocht het nog naar Baäls speelgoed
tussen verbrijzelde schalen neergevallen.
Baalbeks stilte, heden een loodgewicht,
weegt op de laatste bezoeker de vraag
naar gepaste muziek, aangelijmd in de avond.
In Baalbek, de onleesbare ruïne,
wroet ongedierte nu massaal het puin,
tot de komst van een praalzieke nieuwgeleerde
elk dood leven bijzet in het massagraf.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten